Lerende netwerken

Carine Drijkoningen
ACCO, Leuven/Den Haag, 2012
ISBN 978 90 334 8957 0

Het boek van Carine Drijkoningen brengt leerprocessen in de context van organisatie- en talentontwikkeling in beeld. Naast individuele coaching kan het werken met lerende netwerken en welkome aanvulling zijn en dat wordt op een aantrekkelijke wijze in dit boek weergegeven. Leuk is dat het boek doorspekt is met Vlaamse woorden, dat leest weer eens anders.

Als we de inhoudsopgave bezien dan valt op dat er drie invalshoeken zijn. In hoofdstuk 1 gaat het om het theoretisch neerzeten van wat lerende netwerken en communities of practice in hun context zijn. Uitvoerig, met soms onderdelen die bekend mogen zijn (maar wat niet stoort) komt er een goed beeld. Het tweede hoofdstuk is dan gewijd aan het opstarten van een lerend netwerk. Via een stappenplan lopen we de 6 stappen door: van de situering van het netwerk, de kennismaking van deelnemers, leren van elkaars leervoorkeuren, het bespreken van randvoorwaarden, de concrete te maken afspraken tot aan het aanbieden van ondersteunende hulpmiddelen. Als afronding is er een praktijkvoorbeeld rond het project “Met goesting blijven werken en leren”. Al met al overzichtelijk en goed te volgen. Zelf toepassen is dan ook niet moeilijk.

Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van 50 beproefde methodieken die in de praktijk zijn toegepast en hier volgens een vast stramien zijn weergegeven. De methodieken, ik spreek liever van werkvormen, zijn onderverdeelt in een rubriek waarin ze het best toepasbaar zijn. Bij de indeling is daarbij steeds weer gekeken in hoeverre de vormen passen binnen de leer cyclus van Kolb. De eerste werkvormen zijn de kennismakers, gevolgd door de opwarmers en tussendoortjes. De derde rubriek geeft een aantal vormen die je helpen bij het maken van keuzen (over welke inhoud gaan we het hebben in ons netwerk). Vervolgens zijn er negen vormen die allen ingaan op het aspect reflectie, gevolgd door een tiental vormen die zich richten op ervaringsuitwisseling. De laatste drie richten zich op kennisdeling, discussievormen en evaluatie.

Aan het eind vinden we de literatuur verwijzing. De literatuurlijst is vervangen door een ‘mosterdblad’. Het werken met een ‘mosterdblad’ komt voort uit de vraag “waar haal ik mijn moster?” De doelstelling is dat de deelnemers elke sessie het mosterdblad aanvullen met literatuur, opleidingen, filmfragmenten, spelen, werkvormen, weblinks die zij interessant vonden. Op deze wijze heeft Carine ook haar literatuurverwijzing opgezet, zich laten leiden door de vraag “wat heeft mij geïnspireerd?”

Resumerend is het een aan te bevelen boek, al is het maar door de goede ordening van een 50-tal werkvormen die volgens een vaste structuur zijn neergezet.

 

drs. Han Rottink, beleidsadviseur, coach/mediator

 

Heeft u een vraag? Neem dan contact op.

Contact

Laatste nieuws

Herziene druk Handboek WMO

Nadat vorig jaar het eerste Handboek WMO uitkwam bij het Kenniscentrum WMO in Meppel is er onlangs een tweede herziene versie verschenen. In deze druk heb ik samen met Jacobine […]

Lees meer